Modale werkwoorden en vage taal: de taal van vastzitten
Modale werkwoorden, zoals moeten, kunnen en mogen, laten zien hoeveel verplichting en mogelijkheid iemand ervaart. Vage taal, zoals misschien en een beetje, laat zien dat iemand zich niet aan zijn eigen ervaring committeert. Allebei verraden ze waar het werk zit, en allebei kun je ze gericht gebruiken om beweging te brengen.
"Ik moet wel." "Ik kan dat niet." "Ik zou eigenlijk moeten." Luister er een keer op, en je hoort het de hele dag. Kleine woorden die laten zien hoeveel ruimte iemand voor zichzelf ziet.
In IEMT zijn dit geen losse woorden, het zijn aanwijzingen. Ze wijzen naar de plek waar iemand vastzit, en ze geven een ingang om die plek te openen.
Wat modale werkwoorden doen
Modale werkwoorden gaan over verplichting en mogelijkheid. Ze zeggen iets over de regels die iemand voor zichzelf hanteert.
"Ik moet" en "ik moet niet" zetten een muur neer. Het voelt als een regel die niet ter discussie staat, en daar zit weinig ruimte. "Ik zou moeten" voelt als een aanbeveling die toch verplicht klinkt, vaak met een lichte schuld eronder. "Ik kan" en "ik zou kunnen" openen juist iets. Daar staat ineens een kruispunt in plaats van een muur.
Wie alleen in "moeten" praat, leeft in een huis vol regels. Wie "kunnen" terugvindt, krijgt keuzes terug. Een groot deel van vastzitten is een wereld die helemaal uit "moeten" bestaat.
De vraag die de muur opent
Als iemand zegt "ik moet wel", stel ik vaak één simpele vraag terug. "Of anders, wat gebeurt er dan?"
Daar gebeurt iets. Achter dat "moeten" zit altijd een gevreesd gevolg, en dat blijft meestal onuitgesproken. "Ik moet het iedereen naar de zin maken." Of anders? "Dan vinden ze me niet aardig." En dan? "Dan sta ik er alleen voor." Met een paar vragen sta je ineens bij de echte angst, en dat is de plek om mee te werken.
De psycholoog Fritz Perls had hier een mooie variant op. Hij liet mensen "ik wil niet" zeggen in plaats van "ik kan niet". Want "ik kan niet" zet je neer als machteloos, terwijl "ik wil niet" je je keuze teruggeeft. Alleen al die verschuiving brengt iemand van ondergaan naar handelen. Meer over die positie lees je in Waarom 'ik ben' iets anders is dan 'ik voel'.
Als het lichaam iets anders zegt
Soms zegt iemand "ja, dat wil ik echt", en schudt zijn lichaam ondertussen nee. De woorden beweren het ene, de houding zegt het andere. Die mismatch is geen detail, het is een aanwijzing.
Ik let daarom niet alleen op de woorden, maar ook op de lichaamssignalen eronder. Vaak verraadt het lichaam waar het echte gevoel zit, ook als de taal het netjes toedekt. Hoe dat lezen werkt, lees je in Wat je lichaam laat zien.
Vage taal en de twijfelaar
Naast de regeltaal is er de vage taal. "Een beetje", "soort van", "misschien", "ik denk". Ze halen de scherpte uit een zin, en daarmee de greep op de eigen ervaring.
Het duidelijkst zie je het bij cijfers. Vraag iemand om zijn spanning op een schaal van nul tot tien, en de twijfelaar geeft geen getal maar een gebied. "Ergens tussen de vier en de acht, denk ik." Dat klinkt als bescheidenheid, en het houdt iets anders in stand. Eén getal staat voor één toestand, en juist die ene toestand wordt vermeden.
In IEMT noemen we dit het patroon van de twijfelaar. Het hoort bij de patronen die een probleem op zijn plek houden, beschreven in De patronen van chroniciteit.
Hoe je vaagheid doorbreekt
Vaagheid doorbreek je met een keuze. In plaats van mee te gaan in het grijze gebied, leg ik een simpele tweedeling neer. "Ik hou van duidelijk. Is het dit, of is het dat?"
Dat haalt het zachte midden weg en dwingt iemand om zich te verbinden aan één werkelijkheid. Niet hard, wel helder. Zodra iemand een echt getal noemt of een echte keuze maakt, staat hij ineens met beide benen in zijn eigen ervaring, en daar kun je mee werken.
Wat je hier zelf mee kunt
Let de komende dagen op je eigen "moeten". Hoe vaak zeg je dat je iets moet, terwijl je het eigenlijk kiest? Probeer eens "ik kies ervoor" of "ik wil niet" in plaats van "ik moet" en "ik kan niet". Je merkt meteen hoeveel ruimte dat scheelt.
En let op je vage taal. Waar zeg je "een beetje" en "misschien" over iets waar je eigenlijk best een duidelijk gevoel bij hebt? Scherpte in je taal geeft je scherpte in je keuzes.
Wil je dit als begeleider leren toepassen, kijk dan bij de IEMT Practitioner opleiding. Heb je een vraag, neem contact op.
Veelgestelde vragen
### Is er iets mis met het woord "moeten"? Niet met het woord zelf. Het wordt lastig als iemands hele wereld uit "moeten" bestaat en er geen "kunnen" of "kiezen" meer in zit. Dan is alle ruimte verdwenen.
### Waarom werkt "of anders, wat gebeurt er dan?" Omdat achter elk "moeten" een gevreesd gevolg schuilt dat meestal onuitgesproken blijft. Die vraag brengt dat gevolg naar boven, en daar zit de plek om te werken.
### Wat is er mis met een beetje vaag praten? Niets, tot het een gewoonte wordt die je weghoudt bij je eigen ervaring. Vage taal houdt vaak een toestand op afstand die je juist nodig hebt om iets te veranderen.
Bron: de officiële IEMT-wiki van Andrew T. Austin (integraleyemovementtherapy.wiki), pagina's over modale werkwoorden en weasel words; geciteerd: Steve Andreas en Fritz Perls.